Schuldbekentenis Bosman-Brouwer

Gelders Archief,
203. Inventaris van de Oud Rechterlijke Archieven van het Kwartier van Veluwe II, Het Platteland (H.L. Driessen),

B. De Archieven van de protokolhouders 1675-1811,
3. Nijkerk, Protokol van bezwaren, vestenissen, peindingen e.d. van het abt Nijkerk 1733-1811,
859. Deel 3, 1788-1811 Buurschap Appel.


Tekst document:

Geminuteerd op een Zeegel van f. 10 gulds Compareerden voor ons Ondergesch: Geerfdens in Veluwen Roelof Bosman en Johanna Brouwer, Echtl:n de Vrouw Tutoza Marito, dewelke bekenden wegens van tijd tot tijd wel aangetelden en ter leen ontvangen penningen oprecht en deugdelijk verschuldigd te zijn aan en ten behoeve van de Heer J.A. van Meijenfeldt en Zijne Erven een Capitaale summa groot zeven honderd negenennegentig Caroli guldens ad 20 stv Hollands het stuk, van welke summa zij comparanten beloven van vierhonderd guldens jaarlijks en alle jaren op den respectieven verschijnsdag waarvan den 1. April 1807 de eerste zal zijn te betaalen, den interessen ad 5 percent en daarin te continueeren tot de werkelijke restitutie en aflossinge van voors. Hoofdsumma toe, welke restitutie en aflossingen aan zijde van de comparanten niet eerder zal behoeven te geschieden dan twee jaaren naa het overlijden van tweede Comparants moeder, namelijk het eerste jaar ad f 399:– en het tweede jaar de resterende f 400:–: met de interesse alsdan daarop verscheenen, zonder dat daartoe aan zijde van den Rentheffer of zijnen Erven eenige opzage zal behoeve te geschieden. Tot nakominge dezes en securiteit van voors: Capitaal en Rente, sampt kosten en schade, verklaarden de Comparanten te verbinden haare persoonen Erfgenamen en goederen geene van alle uitgezonderd, zo hebben de als namaals verkrijgende en bovendien tot een speciaal Hypotheecq en Onderpand kracht dezes te stellen te verbinden, de Erfportie van tweede Comparanten op haar door het overlijden van haar vader gedevolveerd en verstorven en alnog bij haar moeder in tucht bezeeten, wordenden, en voorts haare geheele Erfportie na het overlijden van haar moeder uit haaren Boedel haar Compareerende zulks alles ten effecte als na rechten en met submissie van dezelve aan de judicature van alle Gerichtshoven, Richteren en Gerichten in Specie, mede het Departementaal Gerichtshof in Gelderland en Landgerichten van Overveluwen, met renunciatie van allerhande excerptien, beneficien en previlegien van rechten in’t bijzonder de Exceptie van Onaangetelde Gelden. In waarheidsoirconde is deze bij de Comparanten en ons onderbenoemde Geërfdens, getekend en bezeegeld in Nijkerk den 11en April 1806 (was nevens 3. Cachetten in rood en 1. in zwart lak uitgedrukt getekend)

Roelof Bosman, Johanna Brouwer, E.G. Ardesch, Jac. Verhoeckt

Deze geregistreerd den 11en April 1806


Commentaar

Het document: Het originele document is uit het Gelders Archief opgediept dankzij een brief van Bertha von Meijenfeldt-Bakker [CH/209]. Haar man, predikant Frits (Nk.24), had na lang zoeken een stuk papier teruggevonden, waarop een uittreksel van een acte met vindplaats stond. Dit papier was opgesteld door F. Kragt Hzn uit Nijkerk, onderwijzer maar bovenal geschiedschrijver van Nijkerk (hij liet de gemeente een halve meter onderzoeksmateriaal na). Hij logeerde regelmatig bij zijn zoon in Noordwijk, die hem als scriba van de Kerkeraad in de periode 1947-1950 wel eens meenam op de koffie bij zijn predikant Frits. Kragt sr was gebiologeerd door de familienaam, tekende het familiewapen na in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag en kwam ten slotte met het papier aanzetten.

De plaats: Nijkerk was in 1806 de tweede stad van Gelderland en had via de nieuwe Ankervaart een goede verbinding en levendige scheepvaart met de Zuiderzee. Het buurtschap Appel, dat bij Nijkerk hoort, ligt iets verder landinwaarts. Het lijkt er op dat Johan August in Nijkerk woonde, misschien al sinds de terugkeer van zijn tweede grote reis in september 1802. Uit marinedocumenten [DN/RC/7-8] zou kunnen worden afgeleid dat hij in de jaren 1808 en 1809 nog in Nijkerk woonde, maar omdat hij in 1807 in Amsterdam trouwde, zich daar bij de lokale kerk aansloot en daar in 1808 een zoon kreeg, woonde hij vermoedelijk bij zijn schoonouders Pieploo in Amsterdam.